Een inwoner van Alkmaar schrijft op 4 mei 1945 in zijn notitieboekje aan zijn kinderen voor later over de periode hongerwinter tot aan de bevrijding. Hier kunt U de niet gecorrigeerde tekst teruglezen.
Als meisje van ronde de 10 jaar maakte Lien van Doorn de oorlog in Alkmaar mee. Ze was een nichtje van de omgekomen verzetsman Aart van Doorn. Lees hier haar dagelijkse beslommeringen. Als oudste kind had ze al vroeg grote veranwoordelijkheden.
Geboren in 1926 in Rotterdam maakt ze daar het bombardement van 1940 mee. Omdat daarbij de Ringers in Rotterdam was afgebrand, verhuisde het gezin naar Alkmaar. Hier maakt ze als tienermeisje de oorlog mee en helpt in het gezin met hout sprokkelen en gaat ze de boer op voor eten in de laatste oorlogsjaren.
De Alkmaarse Gerard Geerlings wordt in 2025 nog geinterviewd over zijn herinneringen aan de oorlogsjaren in Alkmaar. Als tiener jongen maakte de oorlog grote indruk op hem. Hij hield met het vergaren van voedsel en maakte de bevrijding van Alkmaar mee.
Henk de Vries moest voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland en tijdens een verlof te laat teruggekeerd en zodoende in kamp Amersfoort terrecht gekomen. Na een detentie daar is hij weer naar Duitsland verscheept voor werk, vanwaar hij in 1944 terug is gegaan naar huis. Zijn broer Ludzer de Vries was opgepakt en heeft de kampen niet overleefd.
Emmy de Boer was coerier voor illegale krantjes, die ze, verstopt onder haar kleren, rondbracht op de fiets. Als 20-jarige is ze thuis in Opdam door een verdwaalde kogel uit een vuurgevecht tussen de ondergrondse en de Duitsers in het hoofd geraakt. Ze weet dit te overleven door adequaat handelen van een onderduiker die de familie in huis had.