Inrichting van de R616

Indeling van de bunker

Er bestaan twee verschillende inrichtingen van de R616 bunker, beide onder weergegeven. De linker weerspiegelt de origineel bedachte inrichting, terwijl vrijwel alle in Nederland gebouwde R616's een inrichting hadden die overeenkomt met de rechter figuur. Het grootste verschil is de positionering van de bedden, kasten en meubilair in de verblijfsruimte (Bereitschaftsraum). In de originele indeling links waren de bedden tegen de wand geplaatst en de tafel en stoelen in het midden. De KEV-kasten (KEV = Kabel End Verschluss) waren bevestigd aan de linker- en rechterwand. De R616 in Alkmaar was ingericht volgens de rechter indeling: de bedden waren bevestigd aan twee stalen staanders midden in de bunker, met de tafel en stoelen daar direct naast. Zo was er meer ruimte voor de aansluiting van de KEV-kasten, die de hele linker- en achterwand konden beslaan. Opmerkelijk in deze indeling is de plaatsing van de dubbele kast voor de deur van de nooduitgang.

Ook is te zien dat de kachel een kwart slag is gedraaid, zodat de deur naar de verblijfsruimte (Bereitschaftsraum) meer naar links zit. Bovendien is de positie van de nooduitgang (Notausausgang) anders en is de periscoop vanuit de nabijverdediging naar de verblijfsruimte (Bereitschaftsraum) verplaatst.


De wanden van de verblijfsruimte (Bereitschaftsraum) van de bunker in Alkmaar is bekleed met Herakliet platen, gemaakt van cement en houtvezel. Dit is nog bijna helemaal intact. Deze bekleding helpt als isolatie en geluidsdemping, om het werken en verblijf in de ruimte aangenamer te maken. Op de inrichtingstekening staat dat de ingangsverdediging (Eingangsverteidigung) ook met deze platen moet worden uitgevoerd, maar dit is niet gebeurd in de bunker in Alkmaar.

Elke soldaat had de beschikking over een bed, een kruk en een kledingkast. De bunkertafel was geschikt om zes man aan te plaatsen. Krukjes en tafel waren opklapbaar. Voor de bedden waren twee stalen H-profielen in het midden van de bunker geplaatst. Aan beide zijden van deze profielen waren beugels gemonteerd om de bedden in te hangen. Daarnaast hingen de bedden met kettingen aan het plafond, waarvoor speciale haken waren gemonteerd. Aan beide zijden waren zo drie bedden boven elkaar geplaatst, zes in totaal. Vlak boven de H-profielen waren simpele haken gemonteerd, waaraan de bedden konden worden vastgehaakt zodat ze konden worden opgeklapt. Hierdoor was er meer ruimte als er in de Bereitsschaftsraum gewerkt moest worden. Alle haken en steunen zijn nog aanwezig in de Bunker.

Omdat de bunker een ingang heeft, had de bunker volgens de voorschriften een nooduitgang (Notausgang), zie onder voor een schematische tekening van een nooduitgang door een twee meter dikke muur. Deze nooduitgang verbindt de verblijfsruimte met de gang voor de technische apparaten. Zodoende was de nooduitgang geplaatst in een 80 cm dikke muur en werd deze afgesloten met een i.p.v. twee rijen stalen I-profielen. We hebben enkele als voorbeeld in onze nooduitgang liggen. In de verblijfsruimte wordt de nooduitgang afgesloten met een pantserdeur, type 410P9, Gasschutztür. Ook deze 110 kg zware deur is nog aanwezig.

Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image

Latere inrichting die overeenkomt met het merendeel van de R616's die in Nederland gebouwd zijn.


Bron tekening: Nationaal Archief, Den Haag, 2e Geniecommandement Bureau Registratie Verdedigingswerken (Bunkerarchief)

Schematische tekening van de nooduitgang door een 2 meter dikke muur. Bij dunnere muren,zoals in de R616, werd 1 rij stalen I-profielen gebruikt (Versatzsträger).

Luchtverversing systeem

Luchtloop

Elke Ständige Bunker kon, om strijdgassen in de bunker te voorkomen, gasdicht afgesloten worden. Alle deuren zijn hiervoor rondom voorzien van een rubber strip, die bij het sluiten van de deur op het stalen kozijn wordt gedrukt. Ook de deur van de nooduitgang was hiermee voorzien. De pantserplaat van de ingangsverdediging was voorzien van een vilten pakking en kon worden vastgeklemd. Ook de periscoopbuis was hermetisch afgesloten door middel van een prop die in het pantserdeel op het dak werd gedrukt. Verder waren alle toe- en afvoerbuizen luchtdicht uitgevoerd. De beluchting van de bunker had drie functies, zoals beschreven in het voorschrift D. 1110/1 "Gasschutzanlagen in ständige Befestigungsanlagen":

  1. het aanvoeren van gereinigde lucht bij gasaanvallen;

  2. het verdrijven van schadelijke gassen, zoals koolmonoxide, uit de bunker;

  3. het instellen van een lichte overdruk in de bunker, zodat gassen van buitenaf niet konden indringen.

Om de bunker te beluchten, werd een luchtzuiveringsinstallatie geïnstalleerd, de zogenaamde Heeres Einheits Lüfter (HES). Dit was een luchtpomp die lucht van buiten over een voorfilter, doekfilter en een koolfilterbus aanzoog, om na reiniging de schone lucht in het distributiesysteem van de bunker te pompen. Dit buizenstelsel met meerdere uitlaten verdeelde de schone verse lucht over de verschillende vertrekken waar personen konden verblijven. Overdrukventielen in de ruimten waar de lucht werd gevoed voorkwamen dat er een te grote overdruk ontstond. Zo werd de lucht weer naar buiten geleid.

Lüftungsplan van de R616, ingekleurd om de luchttoevoer (geel=besmette lucht), -verdeling (blauw=schone lucht) en -afvoer (rood=af te voeren lucht) te illustreren.

Bron tekening: Nationaal Archief, Den Haag, 2e Geniecommandement Bureau Registratie Verdedigingswerken (Bunkerarchief)

Schematische tekening van de U-vormige luchtinlaat.

De tekening hiernaast geeft dit schema weer. Geel staat voor besmette lucht, blauw voor gefilterde lucht en rood de overdruk aflaten. Via de gele buizen wordt lucht van buiten aangezogen door de luchtpomp van de Lüfter. Aan de buitenkant zijn twee dubbele luchtinlaten aanwezig. De inlaten zijn in U-vorm aangebracht (zie beneden), zodat een ingeworpen handgranaat niet in de leiding terechtkwam, maar gewoon weer naar buiten rolde. Dit werkt ook voor een aanval met een vlammenwerper. Deze U-vormige inlaat is dubbel uitgevoerd. De rechter is niet aangesloten en daarom als nepper diende, zodat de kans op een succesvolle aanval werd verkleind.

De aangezogen lucht wordt schoongemaakt en in het blauwe buizenstelsel gepompt. Deze heeft twee uitlaatpunten in de Bereitschaftsraum (slaap- en werkruimte) en gaat ook via de zijmuur naar de ingangsverdediging. Bij alle drie deze uitlaatpunten kan de gewenste luchthoeveelheid worden ingesteld. Bij de ingangsverdediging kan de toevoer worden afgesloten met een klep.

Er bevindt zich een overdrukventiel (in het rood aangegeven) in de Bereitsschaftsraum die de lucht aflaat naar de Gassleuse. Van daaruit wordt het met een 2e overdrukventiel afgelaten naar de ingang. De lucht die in de ingangsverdedigingsruimte wordt gepompt kan ontsnappen via het schietgat. Als dit schietgat dicht is, kan de luchttoevoer worden gestopt met de klep.

Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image

Heeres Einheits-Schutzlüfter - HES 1.2

De grootte van de vertrekken van de R616 stonden toe dat een verversingssnelheid van 1,2 m3/min. voldoende was. Zodoende werd er een HES 1.2 geïnstalleerd. In onze bunker was de HES versie met omleiding (mit Umgehumgsleitung) geïnstalleerd. Deze Lüfter kan in twee modes worden gebruikt; zie ook de schema's onder. Als er buiten kans was op verontreinigde lucht, werd de schakeling toegepast zoals in het schema rechts wordt weergegeven. De verontreinigde lucht gaat dan door het voorfilter en het koolfilter naar de luchtpomp, waarna de geschoonde lucht de distributieleiding in werd geblazen. Als de buitenlucht schoon was, werd de omleiding gebruikt om het koolfilter te sparen zodat deze langer mee kon. De aangezogen lucht worden omgeleid volgens het schema links. De aangezogen buitenlucht wordt dan alleen door een grof filter getrokken die in de koker onder de pomp zit, en dan de bunker in geblazen. Schakeling tussen deze twee modes gebeurde met de schuifklep (Sicherheitsschieber) in de omleiding en de klep in het voorfilter.

De Lüfter is voorzien van een 3-fase elektromotor, maar kan ook met een handslinger worden bediend als er geen stroom beschikbaar was. Beide systemen zijn in de bunker aanwezig en werkzaam. De motor is een Piller van 0,38 kW, waarmee de pomp met een toerental van 2.800 omwentelingen per minuut wordt aangedreven.

Het bedrijf van de HES 1,2 mit Umgehungsleitung, ingekleurd voor bedrijf bij schone buitenlucht (links) en besmette buitenlucht (rechts).

Uit: Norm- und Typenblätter für Machinen und Machinenteile zur Ausstattung von Befestigungsanlagen - Festungsnormblätter

Hieronder twee fotocollages van de complete HES 1.2 in de bunker. De set bestaat uit de volgende componenten:

  • Het voorfilter "VW Vorfilter". Dit filter bevat een vettig gaaspakket en een doekenfilter voor het verwijderen van stof en mist (VW staat voor Viscin Watten). Het VW Vorfilter is geel van kleur om aan te geven dat de aangezogen buitenlucht nog niet gereinigd is.

  • De twee filters, merk Dräger, uit 1939. Het bovenste platte filter dient voor de verwijdering van zweefstoffen en aerosolen, het onderste filter is een actief-kool filter voor het verwijderen van strijdgassen. Onder de Lufter staat een reservefilter van een ander type: in een enkel filterhuis is een zweefstoffilter en een actieve kool filter geïntegreerd. Zie de fotocollage beneden voor meer details.

  • De centrifugaal luchtpomp met debietmeter en omleidingsleiding.

  • Gietijzeren schakelaar van AEG, met een instelbare thermische beveiliging (1 tot 1,6 A).

  • De 3-fase Piller elektromotor van 0,38 kW . De overbrenging naar de pomp is met een flexibele koppeling, een rubberen X-stuk.

  • Grove filter en klep in de omleidingsleiding.

Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image

Verwarming

De ruimte voor de manschappen kon worden verwarmd door middel van een bunkerkachel, de zogenaamde Wt 80 k, zie onder rechts. In feite is dit is een gietijzeren drukvat omdat de kachel tijdens gebruik volledig afgesloten moest kunnen worden. Dit om te voorkomen dat een rookpluim vanaf het dak van de bunker de positie zou verraden in geval van een vijandige aanval. Hiertoe kon de klep aan de achterkant van de kachel worden gesloten, alsmede de twee kleppen aan de voorkant. De inhoud van de kachel kon dan zonder problemen opbranden.

De toevoeging "k" staat voor de uitvoering met een kookplaat bovenop. De eerdere versie, de Wt 80, heeft deze niet. De kookplaat was geschikt voor de bereiding van simpele maaltijden. Helaas mist de kachel in de bunker de kookplaat.

De aansluiting van de kachel in de bunker staat weergegeven in de figuur onder links. Er waren twee blindflenzen, voor het reinigen van de schoorsteenpijp. De pijp voor de doorvoer naar het dak was omkleed met asbest als isolatie. Onlangs is de originele kachelpijp weer aangesloten, zodat het nu compleet is.

Bron tekening: Nationaal Archief, Den Haag, 2e Geniecommandement Bureau Registratie Verdedigingswerken (Bunkerarchief)
Uit: Norm- und Typenblätter für Machinen und Machinenteile zur Ausstattung von Befestigungsanlagen - Festungsnormblätter
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image
Carousel imageCarousel imageCarousel image

Communicatie

1. KEV - KabelEndVerschluß

De bunker had als functie om het Festungskabelnetz te onderhouden, de permanente telefoonverbindingen tussen de commandoposten. Dit permanent net bestond uit Festungsaußenkabel en Festungsinnenkabel, de zogenoemde Festa-Kabel en Festi-Kabel. De Festa-Kabel werd in de grond gelegd en diende als verbinding tussen militaire werken, terwijl de Festi-Kabel binnen een bunker werd gebruikt en dus ook lichter was uitgevoerd. Als overgang tussen Festa- en Festi-Kabel of als aansluitpunt tussen twee Festa-Kabel diende de KabelEndVerschluß, ofwel de KEV-kast. In deze kast werden alle polen van de kabels afzonderlijk aangesloten aan eindstukken, vanwaar ze konden worden overgezet op een andere kabel. Ook kon er op een kabel worden ingebroken om meetapparatuur of een telefoon aan te sluiten. Hiervoor dienen ook de aansluitingen, bovenop de kast, afgeschermd met schroefdoppen. In de R616 bunker werden de Festa kabels voor het telefoonverkeer vanuit Den Helder - Schagen - Bergen - Schoorl doorverbonden op de Festa kabels naar Haarlem - Amsterdam. Zodoende werd het Festungskabelnetz onderhouden.


Er waren verschillende maten Festa en Festi-Kabel, variërend van een enkel paar draden t/m 50 paar. De Festa- en Festi-Kabel was hoofdzakelijk hetzelfde, behalve dat de Festa-Kabel een buitenmantel had van staaldraad ter bescherming van de kabel, en uiteindelijk een jutte omwikkeling. De opbouw van de kabels is weergegeven in de figuur hieronder. Voor bijzondere ondergronden waren nog speciale kabels voorhanden, namelijk:

  1. Festungsaußenkabel für Röhrenverlegung (Festa-Kabel R): zelfde als de standaard Festa-Kabel, maar zonder jutte omkleding voor gemakkelijker inbrengen in kabel-leidingen.

  2. Festungsaußenkabel für Flußbettverlegung (Festa-Kabel F): voor het leggen door rivieren en meren, als Festa-Kabel, maar met extra laag staaldraad omwikkeling ter versteviging.

  3. Festungsfernkabel: voor directe verbinding tussen hogere commandoposten, als Festa-Kabel, maar met 1,2 mm koper-draden in plaats van 0,8 mm.

KEV kast met 1 aansluiting voor kabel met 2 paren (2 paren a/b) en 2 aansluitingen voor kabels met 5 paren. De paren waren genummerd van links naar rechts, de a pool zat achter, de b pool voor. Bovenop de kast 3 zijn aansluitingen voor 1 paar om een meetinstrument of telefoon aan te sluiten. Deze aansluitingen werden buiten gebruik afgeschermd met een schroefdop.

Bron: collectie E. van Dijk.
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image

Schematische weergave van Festa- en Festi-Kabel uit voorschrift D.796 "Handbuch der Fernsprech- und Signalanlagen in Festungen".

2. Spreekbuis - Sprachrohr

De verblijfsruimte (Bereitschaftsraum) was voor communicatie op twee manieren met de Offene Beobachter, ook wel Tobruk genoemd, verbonden.

De eerste was een een spreekbuis (Sprachrohr), waarmee je rechtstreeks met elkaar kon praten. De spreekbuis mocht maximaal vijf bochten hebben en geen lage delen waar water kon ophopen, om ervoor te zorgen dat het gesprek goed werd overgedragen. Aan beide zijden van de buis was er een mondstuk aangebracht. In de verblijfsruimte was dit een aluminium trechter met een rastertje en in de Tobruk een aluminium trechter met membraan. Dit membraan zorgde dat er geen strijdgassen via de spreekbuis in de bunker konden komen.

De tweede manier van communicatie was via een veldtelefoon. Er liep een twee-polige draad vanuit de Tobruk naar de verblijfsruimte, waar aan beide zijden een telefoon kon worden aangesloten. Dit is momenteel met twee originele veldtelefoons.


Sprachrohr in de verblijfsruimte met aluminium mondstuk.

3.Bunkertelefoon - Festungsfernsprecher

In de verblijfsruimte was een Festungsfernsprecher aanwezig, een bunkertelefoon. Deze bunkertelefoons werden gebruikt voor permanente verbindingen, variërend van een directe verbinding, tot meerdere telefoons op een lokaal netwerk, of via een doorschakeling verbonden met het Festungskabelnetz. Elke bunker werd in principe uitgerust met zo'n bunkertelefoon. Het netwerk was OB-bedrijf, wat staat voor Orts-Baterie. In tegenstelling tot het PTT-netwerk, waar de stroomvoorziening centraal is geregeld via het netwerk, heeft elk apparaat op het Festungskabelnetz een eigen stroomvoorziening. Hiermee was de kans op storingen veel kleiner. De bunkertelefoon was daarom uitgerust met een eigen batterijkast, die onder de telefoon gemonteerd was. De telefoon had ook een eigen inductor om een oproepsignaal te genereren. De behuizing van de telefoon was waterdicht uitgevoerd, met bovenop de bel. Deze klonk luider dan de bel van een veldtelefoon. Ook de luidspreker in de hoorn was krachtiger, om verstaanbaar te kunnen bellen gezien de achtergrondgeluiden in de bunker. Naast de aansluitingen voor de hoorn, de telefoonkabel en de batterijkast, was er nog een aansluiting voor of een 2e alarmbel of een 2e apparaat zoals een koptelefoon of borstmicrofoon.

Tekening met maten van de Festungsfernsprecher 38 uit voorschrift D.796 "Handbuch der Fernsprech- und Signalanlagen in Festungen".

Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image
Carousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel imageCarousel image